Tijdens de ontwikkeling van nieuwe integraties voor de Smartstuff DSMR-API firmware hebben we de afgelopen periode uitgebreid onderzoek gedaan naar de samenwerking met het Victron Energy ESS-platform.
Het doel van dit onderzoek was eenvoudig: kan een P1-dongle de rol van een externe energiemeter overnemen?
Onderzoek
Een Victron ESS-installatie gebruikt normaal gesproken een ondersteunde energiemeter, zoals een Carlo Gavazzi EM24, om het actuele netvermogen te bepalen. Deze informatie vormt de basis voor het laden en ontladen van de thuisaccu.
Omdat de Smartstuff P1-dongle deze gegevens al rechtstreeks uit de slimme meter uitleest, hebben we onderzocht of deze data ook via het EM24-TCP protocol beschikbaar kan worden gesteld.
Tijdens de praktijktesten is een complete Victron ESS-installatie opgebouwd met onder andere:
- Victron MultiPlus-II
- Cerbo GX
- Seplos CAN-BMS
- Enphase AC-gekoppelde zonnepanelen
De implementatie is getest binnen een werkende ESS-configuratie waarbij de Cerbo GX de Smartstuff P1-dongle succesvol herkent als externe EM24-TCP energiemeter.
Beta beschikbaar
De eerste implementatie is opgenomen in DSMR-API firmware 5.8.12 en is beschikbaar als beta-functionaliteit.
De huidige implementatie is bedoeld voor praktijktesten en verdere validatie binnen verschillende Victron-configuraties.
Waarom is dit interessant?
Door de bestaande P1-data opnieuw te gebruiken ontstaat een eenvoudige integratie zonder extra energiemeter.
Voordelen zijn onder andere:
- geen extra MID-energiemeter nodig;
- directe koppeling met de bestaande slimme meter;
- lokale communicatie via Modbus TCP;
- eenvoudige integratie met Victron ESS.
Vervolgonderzoek
De Victron-integratie vormt een mooie basis voor verdere uitbreidingen binnen het Smartstuff Energy Integration Platform.
Onderwerpen die momenteel worden onderzocht zijn onder andere:
- beschikbaar maken van Victron accugegevens via de DSMR-API;
- integratie van Enphase productiegegevens;
- één centrale lokale energie-API voor slimme meter, thuisaccu en zonnepanelen.
Zoals altijd blijven open protocollen, lokale verwerking en maximale interoperabiliteit daarbij het uitgangspunt.
